Niet elk hout is haardhout
Niet elk stuk hout is haardhout. Sommige soorten zorgen voor roet, rook of zelfs schade aan je kachel. We zetten de ‘verboden vruchten’ voor je op een rij. Want: wat je níét stookt, is minstens zo belangrijk als wat je wél stookt.
1. Gelakt of geverfd hout
Ziet er misschien netjes uit, maar bij verbranding komen giftige stoffen vrij. Niet gezond voor je longen, en ook niet voor je schoorsteen.
2. Geïmpregneerd hout (zoals tuinhout)
Behandeld met chemicaliën tegen vocht en insecten. Precies wat je níét in huis wilt verspreiden. Deze stoken is vragen om giftige dampen.
3. Spaanplaat en MDF
Gemaakt met lijmen en harsen. Die verbranden niet schoon en geven veel fijnstof en chemische dampen af. Je ruikt het vaak meteen: dit hoort niet in je kachel.
4. Vers of nat hout
Hout dat nog vochtig is (meer dan 20% vocht) brandt slecht, rookt veel en geeft veel aanslag in je kachel en rookkanaal. Laat nat hout minstens één tot twee jaar drogen.
5. Hout met schimmel of rot
Ziet er misschien ‘natuurlijk’ uit, maar bij verbranding komen er sporen en stoffen vrij die je beter niet inademt.
6. Pallets of sloophout
Deze lijken handig, maar zijn vaak behandeld of spijkerrijk. Niet alleen ongezond, maar ook gevaarlijk voor je kachel.
Wat dan wel?
Gebruik altijd schoon, droog en onbehandeld hout. Liefst loofhout zoals beuk, eik of essenhout. Die branden gelijkmatig, met veel warmte en weinig rook.
Vuistregel: Stook alleen hout dat uit het bos komt, niet uit de bouwmarkt.
